Allagash wildernis: Zoë duwt kano door portage

Hoe wild is de wildernis?

Toen we aan het laatste deel van onze kanotocht begonnen in het noordoosten van de VS vertelden wij onze ouders: “we trekken de Allagash wildernis in en zijn de komende tien dagen onbereikbaar”. Hoewel we inmiddels 40 dagen in een kano zitten en onze ouders weten dat we ervaren reizigers zijn, maakten ze zich toch een beetje zorgen. Zelf hebben we dat totaal niet.  Toch kan je niet onvoorbereid de wildernis ingaan.

Ga uit van de meest extreme situatie

In de wildernis ben je op jezelf aangewezen. Er zijn geen hulpbronnen van buitenaf en even terug naar de bewoonde wereld is geen optie. Als wij onze planning maken waarbij we een langere tijd weg zijn van de bewoonde wereld, gaan we uit van de meest extreme situatie. Dat geldt voor eten, het weer of wilde dieren. Wij trokken eind september de Allagash wildernis in met de kano, bijna 300 kilometer door verlaten gebied, over grote meren en rivieren met stroomversnellingen. Ons geplande schema ging uit van tien dagen kanoën, maar er zijn veel factoren die de tocht onvoorspelbaar maken. Als de wind te sterk is, kan het oversteken van meren gevaarlijk zijn en moet je soms twee dagen wachten. Wat als je in een stroomversnelling omkantelt en al je kleren nat zijn? Wat als je plots een vroege sneeuwstorm krijgt in plaats van een warme Indian Summer?

Houd rekening met vertraging en de vier seizoenen

De Northern Forest Canoe Trail is een bestaande kanoroute die goed in kaart is gebracht. Dat maakt het plannen eenvoudiger. Toch zitten er heel wat onvoorspelbare elementen in de route waarvan je niet weet hoeveel tijd het in beslag neemt. Zo is er een vijf kilometer lange portage, waar je de kano moet dragen door modderpoelen en over bomen moet tillen. Dat kan twee uur duren, maar misschien ploeteren we een hele dag door de modder.

We begonnen onze kanotocht in augustus met aangename temperaturen en warm water. Toen wij aankwamen bij de Allagash wildernis was het eind september. Dan zijn de nachten kouder en de watertemperatuur is flink gedaald. Gelukkig hadden we hier rekening mee gehouden en hebben wij in onze tas donsjassen, thermokleding en een reddingsdeken gestopt. Het kan natuurlijk zijn dat we dit niet nodig hebben en een prachtige Indian Summer hebben. Je weet het niet en daar moet je rekening mee houden bij je planning.

Voedingsvoorraad

Als we met de fiets door de wildernis trekken, nemen we altijd één dag extra eten mee, maar in de kano speelt het weer een grotere rol. We hebben eten voor dertien dagen zodat we drie dagen op overschot hebben. De extra maaltijden zijn geen luxe, maar genoeg om te overleven. Pasta, tortilla wraps, pindakaas, noten en havermout. Om het eten klaar te maken, koken we met een bezinebrander of op houtvuur. We hebben voldoende benzine bij ons plus een handzaag en een extra vuurstick (magnesiumstaaf) in het geval onze aansteker het laat afweten.

Is de wildernis echt zo wild?

De eerste dag peddelen we met een aangename rugwind over het Moosehead Lake. We steken het meer over in amper vier uur. Iets dat volgens onze planning een dag zou moeten duren. De volgende dagen daalt de temperatuur sterk en wisselen we de pet voor een muts, de korte broek voor een legging en dragen we thermokleding onder onze jassen. Er staat ’s ochtends ijs op de tent en de gevoelstemperatuur in de kano ligt onder het vriespunt. De kampvuurtjes in de avond zijn niet om te koken, maar wel om de bevroren voeten op te warmen. Om acht uur liggen we in onze donsslaapzakken en we komen er pas de volgende ochtend na zeven uur uit.

Hoewel we verschillende elanden, otters, visarenden en bevers in het water zien, voelt de wildernis voor ons niet wild. De bossen in het noordwesten van de staat Maine zijn in privaat bezit van bosbouwbedrijven. En dat merk je. Regelmatig horen we grote vrachtwagen rijden. ’s Nachts is het geluid van vliegtuigen te horen. Waarschijnlijk vluchten van Europa naar Toronto. Onderweg komen we een paar ranger stations tegen waar we warme thee krijgen om op te warmen. Alle campsites hebben een picknickbank en een primitieve toilet. De natuur voelt wild, maar er zijn veel tekenen die de wildernis minder wild maken. Enerzijds is dat jammer. Anderzijds was hulp nooit echt ver weg.  Na negen dagen varen we de wildernis uit en komen aan in een klein dorpje. Onze ouders zijn gerust, maar wij missen de wildernis al, die veel wilder voelt dan toen we er middenin zaten.

Ook geschreven door WeLeaf: